Yvette Luikinga

Yvette kan alles


1 reactie

Ik huil die tranen wel

Te lang niet geschreven. Te veel. Te moeilijk. Want hoe schrijf je van je af, deel je, als het zó dicht bij is. Dat de liefsten in de wereld hiermee geconfronteerd kunnen worden. Dat wil je niet. Toch?

Inmiddels zijn we maanden verder, zijn we ook stappen verder. Dat wel. Maar nog steeds is het niet voorbij. Is het nog steeds zó moeilijk.

Hoe schrijf je van je af, hoe deel je, zonder je te branden aan de hete brij? Hoe komt je hoofd tot rust, zonder de relativerende antwoorden, zonder de bemoedigende reacties, zonder het begripvolle zwijgen?

Soms is het zo verstikkend, dan kán ik niet meer, dan wil ik niet meer. Maar dan zie ik mijzelf de volgende dag toch weer door gaan. En dan gaat het ook wel weer, dan zakt het weer weg. Tot de volgende keer.

Zoals gisteren dus. Weer die confrontatie. Dus ik ga het nu proberen. Van me af schrijven. Delen. Zonder me te branden aan de hete brij.

Een situatie schets. Een man, een vader. Die iets doet, iets heel doms doet. Iets wat ook verboden is. Iets wat gevaarlijk is. Niet alleen voor hem maar ook voor de kinderen. Gevaar voor lijf en leden. Wat dat aan gaat, liep het goed af.

Als de ene ouder blijk geeft van onverantwoordelijk gedrag ten opzichte van de kinderen, moet de andere ouder dubbel zo oplettend zijn. Die andere ouder, dat ben ik. En ik beweer niet dat ik overal gelijk in heb. Ik handel alleen uit emotie, puur uit gevoel. Beschermingsdrang. Contact met hun vader wil ik niet in de weg staan, hoe zou ik dat kunnen? Maar hen naar hem toe laten gaan, terwijl ik niet weet waar en hoe. En alle andere vragen er nog bij, hoe zou ik dat kunnen? Ik word nog misselijk als ik aan de waarschuwende officiële brief denk. Ik zie het nog voor mijn ogen draaien als ik aan het telefoongesprek denk waarin mij verteld werd wat er allemaal had kúnnen gebeuren.

Alles heeft hij laten vallen en hij is vertrokken. Naar het buitenland. Mij achterlatend met een enorme hoeveelheid ellende. Schuldeisers konden hem niet meer vinden, maar mij vonden ze wel. Het huis is dankzij familie en vrienden leeggehaald en zelfs inmiddels verkocht. Nu de restschuld nog…

Ik weet formeel niet waar hij is, via gesprekjes met de kinderen weet ik nu wel in welke stad. Ik weet wat hij vertelt, over wat hij daar doet. Ik weet ook wat anderen vertellen, over wat hij daar doet. Een ander verhaal. En ik ben dus niet gerust. Wil eigenlijk helemaal niet dat de kinderen daar heen gaan. Maar hoe houd ik een kind van 18 tegen?

En nu vraagt het kind van 18 of hij het kind van 14 mee mag nemen. Want papa geeft hen een vakantie, dicht bij hem. En ik weet nog steeds niet of het veilig is of niet. Of er iets kan gebeuren of niet. Ik zeg dat ik in dit geval, zo ‘not like me’, niet kan argumenteren op logica, dat ik hierin alleen maar emotioneel ben. Alle beren op de weg die ik benoem, weerleggen de kinderen, overduidelijk met door hem gegeven antwoorden. En hoe kan ik de kinderen uitleggen dat ik zíjn antwoorden niet serieus kan nemen, dat ik hem niet meer vertrouw, niet meer geloof? Na die 28 jaar, waarin ik door door schande en schade (beiden letterlijk!) heb moeten leren dat hij kan liegen en bedriegen. Dat hij zijn eigen verhalen gelooft, waardoor het voor hem niet eens meer liegen is.

moederliefde

Maar dan is daar de keerzijde. Het kind, met tranen in de ogen, met een vader die zo ontzettend gemist wordt. Het kind, met boosheid naar de moeder omdat die in de weg staat. Tegen houdt. De vader-kind relatie verstoort. Díe moeder, die wil ik niet zijn. Ik wil niet dat mijn kinderen verdriet hebben, gebukt gaan onder de daden van hun ouders. Ik wil niet dat ze huilen als ik die tranen kan tegenhouden.

Ik besef me dat ik ze niet tot in lengte der dagen kan tegenhouden. De geruststellende antwoorden die ik nodig heb, zal ik niet krijgen, nu niet en later niet. Want er komt steeds weer iets. Het houdt nooit op, de hoop daarop heb ik opgegeven. We zullen moeten omgaan met wat op ons pad komt. Niet alleen ik, maar ook de kinderen. Dat je pad niet alleen maar één groot feest is, dat weten de kinderen inmiddels wel. En opvoeden is ook loslaten, dus ik ga  langzaam aan het idee wennen dat ik ze moet laten gaan. Ik hoop, ik bid zelfs, dat het goed gaat. Dat het een mooie vakantie wordt. Zonder tranen. Die huil ik wel…


Een reactie plaatsen

Hand in eigen boezem…

Mijn nekharen stonden weer recht overeind na het lezen van het sms’je. Ik heb er namelijk enorm veel moeite mee als iemand mij vertelt wat ik ‘moet’ doen. Dat bepaal ik zelf wel. Iedereen mag mij vragen om iets te doen. Hoe ik het zou moeten doen. Wanneer ik het zou moeten doen. Dat maakt mij niet uit. Ik ben niet zo moeilijk. Als je het maar vraagt op een manier die mij niet op de kast jaagt.

Het sms’je vertelt mij dat ik de dochter de volgende keer moet brengen en halen en dat ik mijn agenda daar maar op moet aanpassen. Het is pas over 4 weken dus meneer neemt aan dat dit mij dit gaat lukken. Mijn opstandige brein leest daar meteen een verborgen ‘dit keer’ tussen door.

Je ziet mij nu op de kast zitten? Dat klopt. Meneer vertelt een kleine week eerder aan de dochter dat ze niet door mij op vrijdag gebracht kan worden maar dat hij haar op zaterdag haalt. Dochterlief vertelt dat aan mij. Ik realiseer mij meteen dat dit gegeven impliceert dat ik haar dan op zondag moet halen. Mijn zondag staat echter al vol gepland.

Als ik dit aan de dochter vertel, loopt het uit de hand. Zij boos, omdat ik, volgens haar, een hoop stennis maak om niets. Ik boos op haar, omdat zij alleen begrip heeft voor haar vader als deze afspraken wijzigt vanwege zijn agenda maar zij geen begrip heeft voor mijn agenda. Het gevoel dat ik me altijd maar weer moet aanpassen aan meneer, overheerst mij volkomen. Uiteindelijk haalt en brengt de ex haar dat weekend, met de mededeling dat ik dan het volgende weekend moet brengen en halen. Het beruchte sms’je.

Meer dan een week ben ik geïrriteerd. Meer dan een week weet ik dat ik contact moet opnemen met de ex, want het volgende weekend moet wel geregeld worden. Zoals al jaren het geval is als ik hem moet contacten, zit ik mezelf en mijn omgeving behoorlijk dwars. Tot uiteindelijk ik dan toch maar de telefoon oppak en de ex bel. Papier voor me, met het lijstje wat allemaal echt besproken moet worden.

Het gesprek verloopt dan tot mijn verbazing helemaal niet verkeerd. Ja, sommige zaken blijven gebeuren. Zijn toezegging om in het nieuwe jaar zelf financiële verantwoording op zich te nemen met betrekking tot zijn woonlasten en waarschijnlijk later zelfs ook voor levensonderhoud van de kinderen, bevestigt hij weer. Jammer genoeg hierbij wel melding makend van het feit dat hij dit helemaal niet hoeft, verwijzend naar de uitspraak van de rechter inzake alimentatie. De nekharen rijzen weer.

Maar het lukt me om rustig te blijven. Ik vraag hem een aantal keren om het niet over bepaalde onderwerpen te hebben, omdat we hier nou eenmaal enorm van mening over verschillen. Hoewel het gesprek me vreselijk veel energie kost en mijn stem een stuk hoger klinkt dan normaal, kan ik me redelijk goed houden. Het gesprek wordt met duidelijke afspraken beëindigd.

De wijze les van de dag: laat je niet zo op de kast jagen, neem niet alles van hem meteen negatief. En neem die telefoon eens wat sneller in de hand….


2 reacties

Het voordeel van de twijfel?

Afgelopen maanden weet ik niet wat mij overkomt.

Al sinds mijn scheiding is de communicatie tussen de ex en mij zeg maar niet optimaal. Er is een periode geweest dat ik alles wat we mondeling hadden afgesproken, bijvoorbeeld wanneer en hoe laat de kinderen gehaald of gebracht worden, nog eens extra in een email bevestigde. De ex presteerde het namelijk keer op keer weer om met een stalen gezicht mij te vertellen dat we het anders hadden afgesproken dan dat ik dacht.

Er zijn jaren geweest dat ik mij niet veilig voelde, de bedreigingen zijn beangstigend en veelvuldig voorbij gekomen.

Het is dan ook niet zo heel raar natuurlijk dat ik de afgelopen maanden sta te kijken van wat er allemaal gebeurt. Was de communicatie voorheen altijd moeilijk en stug, zo makkelijk gaat het nu opeens. En tot mijn stomme verbazing stelt hij ook nog eens voor om een gedeelte van zijn levensonderhoud binnenkort zelf op te pakken. Niet dat alleen, vanaf volgend jaar kan hij ook een bijdrage leveren in het levensonderhoud van de kinderen.

Na voorgaande jaren kan ik mijn ogen en oren niet geloven. Natuurlijk ben ik bij dat het zo gaat, natuurlijk is het fantastisch als ik, al is het maar gedeeltelijk, van die alimentatieplicht af ben. Maar ik kan er niet om juichen. Wacht maar, denk ik, er komt heus wel weer wat.

Het duurt echter al een tijd, ik kan er niet omheen. Ik zie ook afgelopen maanden dat hij zich houdt aan de afspraken. Niet zeuren, dus?

Kan het zijn dat iemand na jaren dwars liggen, tegenwerken en profiteren nu opeens het licht ziet en verantwoordelijkheid gaat tonen? Ik wil het graag geloven.

Op het moment dat ik geneigd ben hem toch voorzichtig het voordeel van de twijfel te geven, komt daar eindelijk het verlossende sms’je.

De ex is nog steeds hetzelfde…

 


1 reactie

Vrouw van de wereld…

Ruim 17 jaar geleden begon mijn carrière een mooie richting op te gaan. Geen kantoorbaan meer maar als projectmanager bij een softwarebedrijf en later een internetprovider, ik deed zowel nationaal als internationaal projecten. Voor mijn werk korte reisjes naar Stockholm, Kopenhagen, Praag, Boedapest, Wenen, het ging maar door. Ik voelde me vrouw van de wereld.

Thuis was alles goed geregeld, anders kan je dat natuurlijk niet doen. Ik was, vond ik, toch wel erg gelukkig met een man die het prima vond om parttime te werken (eigen klusbedrijf) en daarnaast grotendeels voor de zorgtaken op te draaien. In de praktijk werkte het zo dat mijn moeder 1 dag per week oppaste, de kinderen 2 dagen naar het KDV gingen en hun vader nam de rest van de week op zich. Toen ze naar school gingen, bleven ze op school lunchen en hadden we verder geen opvang. Boodschappen doen, eten koken, huis redelijk aan kant, allemaal zijn taken. Ik zorgde in het weekend voor de was.

En ik dacht dat ik het prima voor elkaar had.

Tot die vreselijke dag dat de waarheid niet meer verborgen kon blijven. Ik, vrouw van de wereld, ik, die haar projecten keurig op orde had, ik, die precies kon aanvoelen wanneer een klant of een teamlid wat extra aandacht nodig had, ik had helemaal niet door dat het thuis niet goed ging!

Toen het niet meer te verbergen viel, kwam het hoge woord er eindelijk uit: hij had grote schulden opgebouwd door te gokken. Gokken??? Hoezo gokken, wanneer dan? Het bleek dat hij helemaal niet 3 dagen per week aan het werk was, het bleek dat hij met een groep vrienden(?) elke dag bij iemand thuis aan het kaarten was. Om geld. Om veel geld. Om heel veel geld. En nu zat hij in de problemen, want dat geld moest betaald worden.

Hij had er spijt van, ontzettend veel spijt van. Hij zou het nooit meer doen, echt, nooit meer. Hij zou het goed maken met me.

Ja, ik heb het betaald. En wat deed ik vervolgens? Ik, de vrouw van de wereld? Ik dacht dat daarmee alles was opgelost. Hij had immers spijt. Hij zou het immers nooit meer doen. Dus er was geen probleem meer.

Toch….?

 

 

 


Een reactie plaatsen

Demonen van het verleden

Er is geen ontkomen aan, de ‘donkere gedachten’ zijn niet meer tegen te houden. De demonen van het verleden blijven zich aan me opdringen. Liefst verdring ik het weer, ware het niet dat ik vind dat ik nu maar eens een keer moet beginnen met verwerken. Het heeft lang genoeg geduurd.

Er komen herinneringen voorbij die ik al bijna was vergeten. Flarden soms, maar soms ook haarscherpe beelden, alsof ik mezelf terug zie in een film.

Schaamte overvalt me. Heb ik dat laten gebeuren? Ik stond erbij en ik keek ernaar. En ik liet het toe.

De eerste 10 jaar waren goed. Ook wel eens problemen, maar binnen ‘normale’ kaders. Daarna ging het mis. Verslaafd was hij, aan cocaïne en drank. En gokken, dat ook nog.

In het begin had ik niets door. Ik was nog nooit met drugs in aanraking geweest. Ja, 2 halen van een joint, toen ik 17 was of zo. That was it. Dus toen de drugs over mijn drempel het huis binnen kwamen, had ik niets door. Wist ik veel. Ja, hij was anders, maar ik merkte eigenlijk alleen maar de non-interesse. Het vele slapen. En het drank gebruik, dat merkte ik wel. Dat er veel geld doorheen ging, dat merkte ik ook. Maar er iets over zeggen, dat deed ik maar niet meer.

Flashback

Een keer in de week ben ik in Groningen, een kantoordag. Bijkletsen met collega’s, administratie bijwerken, declaraties inleveren. Vergaderingen, urenstaten invullen. Leuke dag wel. Zit in net in gesprek met een leuke collega, word ik gebeld: mijn man. Ik neem vrolijk op ‘Hoi, wat ben je aan het doen?’. De vrolijke lach bevriest op mijn gezicht als hij schreeuwt dat ik de boodschappen in het vervolg wel zelf kan gaan doen. Ik begrijp er niets van, ik vraag voorzichtig wat er aan de hand is. ‘Ik sta voor paal bij de kassa!’ schreeuwt hij, er staat geen geld meer op de rekening! Ik begrijp er niets van, ik had toch begin van de maand het boodschappengeld overgemaakt naar de gezamenlijk rekening? Intussen ben ik weggelopen bij mijn collega en ik sta in het trappenhuis. Ik weet niet wat ik kan doen, ik probeer hem te sussen en zeg dat ik zo snel mogelijk naar huis kom en dat ik het ga regelen. 

Ik besef nu dat ik maar al te vaak iets niet wilde weten. Er niet over wilde nadenken, er niet over wilde praten. Want dan was het er niet en kon ik mijn leven verder leven. De gedachte dat je de beslissing moet nemen om je gezin uit elkaar te laten vallen, die dreiging doet je adem stokken, verlamt je als je eraan denkt. Dus dacht ik er maar niet aan.

Het is me natuurlijk niet gelukt. Er komt altijd een moment dat de werkelijkheid je met een grote nietsontziende golf overspoelt.