Yvette Luikinga

Yvette kan alles


4 reacties

Vooral niet gezien

Ik moest er opeens van de week weer aan denken, dankzij de Top2000: Emerson, Lake and Palmer met het nummer Peter Gunn (klik als je niet weet welk nummer het is, of als je het gewoon nog even wilt horen). Live versie van een concert uit 1974. Ladies and gentlemen, Emerson…. Lake…. and Palmer…

ELP

In 1974 was ik 10 en het is zeer waarschijnlijk dat ik het nummer niet toen al kende. Maar toen ik een jaar of 16-17 was, dus begin jaren ’80, kende ik het in elk geval. Op een middag kwam ik uit school. Mijn vader en moeder allebei aan het werk, broer en zus nog op school, dus ik was alleen thuis.

Wij woonden toen in Wijk bij Duurstede, op een soort hofje. Voor ons huis alleen een voetgangerspad, wat voornamelijk gebruikt werd door ouders en kinderen van en naar de basisschool schuin tegenover ons huis. Achter ons huis was de tuin en daarachter een garage, op een pad alleen voor bewoners. Omdat wij het een-na-laatste huis bewoonden kwam er dus vrijwel nooit iemand langs. Ik leg dit even uit, om te benadrukken hoe alleen ik me voelde. Alleen en vooral niet gezien. Vooral niet gezien.

Ik moet me heel erg lekker in mijn vel hebben gevoeld, pubers kunnen ook wel eens anders hebben natuurlijk, maar ik voelde me echt heel erg goed. Ik had de radio aangezet en opeens kwam dus dat nummer voorbij.

Of jullie dit ook vinden, weet ik niet, maar ik vind het een heel opzwepend nummer. Maar het is niet echt een dansnummer. Tenminste, niet voor bij een schoolfeest, bijvoorbeeld. Maar ik was alleen. En niet gezien. Vooral niet gezien…

Was het die tijd, of was het eerder, echt ik weet het niet meer, maar mensen van mijn generatie kennen Toppop natuurlijk nog wel. En Penny de Jager dan dus ook. Ik vond Penny de Jager echt super, wow, zoals zij kon dansen, dat wilde ik ook.

penny de jager 2

Ik zat in elk geval al op dansles. Echte dansles, die bij je opvoeding hoort, zeg maar. Of, ik moet zeggen: hoorde. Want welke puber zit nu nog op dansles? Ik hoef er bij mijn pubers niet mee aan te komen. Maar ik zat er dus wel op. Met mijn broer en mijn beste vriendin. Ik durf te zeggen (en kan het bewijzen met mijn cijfers) dat ik het best goed kon. Ballroom en Latin American, beiden was ik best goed in. Maar dat is natuurlijk niets vergeleken bij Penny de Jager.

Die middag voelde ik me goed. En Peter Gunn was op de radio. Ik was alleen. En niet gezien. Vooral niet gezien.

Ik danste. Ik danste alsof ik Penny was. In de studio van Toppop. Ik was een met de muziek. Als ik er aan denk, voel ik het nog, zie ik mezelf dansen. Totaal opgegaan in de muziek. De kamer door, armen zwaaiend in de rondte, in de hoogte. Mijn bovenlichaam draaiend, heen en weer, wild met mijn haren om me heen. Vrij, bijna los van de grond, zwevend op de zware dreun van Peter Gunn. Ik droeg waarschijnlijk gewoon een spijkerbroek, maar ik danste alsof ik het witte jurkje van Penny de Jager droeg.

Deze herinnering zou ik waarschijnlijk allang kwijt zijn, als ik een week later niet door mijn buurmeisje werd aangesproken. Dat buurmeisje woonde achter ons, schuin tegenover ons huis. En zij had een kamer op zolder. En als ze uit haar raam keek, keek ze recht onze woonkamer in….. Ze sprak me aan. ‘Wat kan jij goed dansen.’….

Waarschijnlijk had ze dat nooit tegen me gezegd als ik niet had gedanst met de vaste overtuiging dat ik niet werd gezien. Ik danste alles eruit wat ik in me had, omdat niemand kon zeggen ‘Joh, doe normaal’. Niemand kon zeggen ‘Stel je niet aan’. Niemand kon zeggen ‘Dat kan je helemaal niet’. Het gevoel niet beoordeeld te worden, onbespied te zijn, haalde het beste uit me.

Nu, in januari 2015, houd ik me vast aan die gedachte. Ik ga doen, wat ik graag wil doen, alsof niemand mij ziet. Ik ga me niet druk maken over wat iemand anders ervan denkt. Want dit wordt het jaar waarin het beste van mijzelf eruit gaat komen. Alsof ik niet wordt gezien. Vooral niet gezien.

Advertenties


Een reactie plaatsen

Nare droom

Bedreigd

Misschien moet ik wel doen alsof het allemaal een slechte droom was. Naar dromen doen we per slot van rekening allemaal wel eens. En als je daarna wakker wordt, heb je nog wel eventjes last van het nare gevoel, maar ben je eenmaal begonnen aan je dagelijkse routine, dan zakt het weer weg en later weet je eigenlijk alleen nog maar dat je naar gedroomd hebt, maar wat precies, dat weet je niet meer.

Dus die keer, dat we op vakantie waren in Zuid-Frankrijk, heerlijk op een luxe, kleine, stille camping, daar heb ik gewoon heel naar gedroomd.

Ik droomde dat hij zo onrustig was en dat vond ik vreemd. Mijn zoontje was lief, de omgeving was prachtig, het weer was heerlijk.

Maar nog was hij niet tevreden. Hij zei het niet, hij zei niets, maar ja, als je al ruim 15 jaar samen bent, dan weet je het zonder woorden. En ondanks mijn aandringen, bleef hij stil. Inmiddels was ik wel gewend om mijn eigen vertier te zoeken, dus ik drong niet lang aan. Ik rende bijna dagelijks een mooie ronde in het wildvreemde warme landschap, misschien stiekem hopend op een lange verdwaling?

Altijd vond ik de weg weer terug naar de camping en altijd was hij daar, stil en in zichzelf gekeerd.

Na ongeveer een week begon me op te vallen dat hij bijna angstvallig zijn mobiele telefoon constant bij zich hield. Raar, want omdat we in Frankrijk waren (en dus hoge roaming kosten) hadden we onze telefoons uit en zetten we deze alleen ’s avonds even aan om te kijken of er berichten waren van onze moeders. Dat hij constant zijn telefoon bij zich had, dat was dus heel vreemd. Toen ik er een opmerking over maakte, was ik natuurlijk paranoia en was het te dwaas voor woorden dat ik het idee had dat hij iets voor mij verborgen hield. Vertrouwde ik hem dan nog steeds niet?

Zoals zo vaak in zulke situaties voelde ik me meteen schuldig, waarom kon ik hem ook niet gewoon vertrouwen, had ik bewijs dan dat hij verkeerde dingen deed? Nou dan! Of…. ?

De sfeer werd er niet beter op. Het leek wel alsof we speelden dat we op vakantie waren, we deden alles wat we normaal deden, zoonlief had de vakantie van zijn leventje, maar het gevoel van onbezorgde heerlijke vakantie had ik in elk geval niet.

Toch deed ik mijn best om positief te zijn en juist toen ik iets meer relaxt was, kwam ’s avonds het hoge woord eruit. Hij moest wat vertellen. Nou was ik inmiddels wel het een en ander gewend, na dergelijke aankondigingen, maar dit verhaal kon ik niet verzinnen.

Hij vertelde mij dat hij een paar maanden eerder was opgepakt door de politie voor verhoor. Raar, als je dat als echtgenote niet eens hebt gemerkt. Raar dat je dat als echtgenoot niet eens vertelt. Maar goed, ik deed mijn best hem niet in de rede te vallen en luisterde naar zijn verhaal.

Het was in de periode dat hij nog cocaine gebruikte (…). Hij regelde dit telefonisch bij zijn dealer en die werd blijkbaar al een tijdje door de politie afgeluisterd. Via die gesprekken kwamen ze bij hem terecht wilden ze hem spreken. Ze wilden de bende oprollen dus was zijn informatie belangrijk. Om een lang en moeilijk gesprek kort samen te vatten: hij heeft de dealer verlinkt waardoor deze achter tralies terecht is gekomen.

Was dat alles? Nee dus. Vanuit de gevangenis werd hij nu al wekenlang regelmatig gebeld en bedreigd. En ze dreigden niet alleen hem iets aan te doen, maar ook mij en mijn zoontje…

Op dit moment word ik wakker, de angst als klam zweet op mijn warme lichaam, mijn bonkende hart komt langzaam weer tot rust omdat alles om mij heen mijn eigen veilige vertrouwde omgeving blijkt te zijn….

Nee, helaas, niet elk verhaal heeft een happy end.

Het was geen droom, het was echt, waardoor het nu, jaren later, inmiddels wel een boze droom is die mij nog regelmatig in angstzweet doet ontwaken.

Na die bekentenis heb ik de beslissing genomen om te verhuizen, weg uit die stad, weg uit die omgeving. Later heeft hij mij dit regelmatig verweten, ik zou weg zijn gegaan vanwege mijn werk. Dat de oorzaak bij hem lag, is hij al lang vergeten.

Ik wou dat ik zo makkelijk kon vergeten…


1 reactie

Vrouw van de wereld…

Ruim 17 jaar geleden begon mijn carrière een mooie richting op te gaan. Geen kantoorbaan meer maar als projectmanager bij een softwarebedrijf en later een internetprovider, ik deed zowel nationaal als internationaal projecten. Voor mijn werk korte reisjes naar Stockholm, Kopenhagen, Praag, Boedapest, Wenen, het ging maar door. Ik voelde me vrouw van de wereld.

Thuis was alles goed geregeld, anders kan je dat natuurlijk niet doen. Ik was, vond ik, toch wel erg gelukkig met een man die het prima vond om parttime te werken (eigen klusbedrijf) en daarnaast grotendeels voor de zorgtaken op te draaien. In de praktijk werkte het zo dat mijn moeder 1 dag per week oppaste, de kinderen 2 dagen naar het KDV gingen en hun vader nam de rest van de week op zich. Toen ze naar school gingen, bleven ze op school lunchen en hadden we verder geen opvang. Boodschappen doen, eten koken, huis redelijk aan kant, allemaal zijn taken. Ik zorgde in het weekend voor de was.

En ik dacht dat ik het prima voor elkaar had.

Tot die vreselijke dag dat de waarheid niet meer verborgen kon blijven. Ik, vrouw van de wereld, ik, die haar projecten keurig op orde had, ik, die precies kon aanvoelen wanneer een klant of een teamlid wat extra aandacht nodig had, ik had helemaal niet door dat het thuis niet goed ging!

Toen het niet meer te verbergen viel, kwam het hoge woord er eindelijk uit: hij had grote schulden opgebouwd door te gokken. Gokken??? Hoezo gokken, wanneer dan? Het bleek dat hij helemaal niet 3 dagen per week aan het werk was, het bleek dat hij met een groep vrienden(?) elke dag bij iemand thuis aan het kaarten was. Om geld. Om veel geld. Om heel veel geld. En nu zat hij in de problemen, want dat geld moest betaald worden.

Hij had er spijt van, ontzettend veel spijt van. Hij zou het nooit meer doen, echt, nooit meer. Hij zou het goed maken met me.

Ja, ik heb het betaald. En wat deed ik vervolgens? Ik, de vrouw van de wereld? Ik dacht dat daarmee alles was opgelost. Hij had immers spijt. Hij zou het immers nooit meer doen. Dus er was geen probleem meer.

Toch….?

 

 

 


Een reactie plaatsen

Demonen van het verleden

Er is geen ontkomen aan, de ‘donkere gedachten’ zijn niet meer tegen te houden. De demonen van het verleden blijven zich aan me opdringen. Liefst verdring ik het weer, ware het niet dat ik vind dat ik nu maar eens een keer moet beginnen met verwerken. Het heeft lang genoeg geduurd.

Er komen herinneringen voorbij die ik al bijna was vergeten. Flarden soms, maar soms ook haarscherpe beelden, alsof ik mezelf terug zie in een film.

Schaamte overvalt me. Heb ik dat laten gebeuren? Ik stond erbij en ik keek ernaar. En ik liet het toe.

De eerste 10 jaar waren goed. Ook wel eens problemen, maar binnen ‘normale’ kaders. Daarna ging het mis. Verslaafd was hij, aan cocaïne en drank. En gokken, dat ook nog.

In het begin had ik niets door. Ik was nog nooit met drugs in aanraking geweest. Ja, 2 halen van een joint, toen ik 17 was of zo. That was it. Dus toen de drugs over mijn drempel het huis binnen kwamen, had ik niets door. Wist ik veel. Ja, hij was anders, maar ik merkte eigenlijk alleen maar de non-interesse. Het vele slapen. En het drank gebruik, dat merkte ik wel. Dat er veel geld doorheen ging, dat merkte ik ook. Maar er iets over zeggen, dat deed ik maar niet meer.

Flashback

Een keer in de week ben ik in Groningen, een kantoordag. Bijkletsen met collega’s, administratie bijwerken, declaraties inleveren. Vergaderingen, urenstaten invullen. Leuke dag wel. Zit in net in gesprek met een leuke collega, word ik gebeld: mijn man. Ik neem vrolijk op ‘Hoi, wat ben je aan het doen?’. De vrolijke lach bevriest op mijn gezicht als hij schreeuwt dat ik de boodschappen in het vervolg wel zelf kan gaan doen. Ik begrijp er niets van, ik vraag voorzichtig wat er aan de hand is. ‘Ik sta voor paal bij de kassa!’ schreeuwt hij, er staat geen geld meer op de rekening! Ik begrijp er niets van, ik had toch begin van de maand het boodschappengeld overgemaakt naar de gezamenlijk rekening? Intussen ben ik weggelopen bij mijn collega en ik sta in het trappenhuis. Ik weet niet wat ik kan doen, ik probeer hem te sussen en zeg dat ik zo snel mogelijk naar huis kom en dat ik het ga regelen. 

Ik besef nu dat ik maar al te vaak iets niet wilde weten. Er niet over wilde nadenken, er niet over wilde praten. Want dan was het er niet en kon ik mijn leven verder leven. De gedachte dat je de beslissing moet nemen om je gezin uit elkaar te laten vallen, die dreiging doet je adem stokken, verlamt je als je eraan denkt. Dus dacht ik er maar niet aan.

Het is me natuurlijk niet gelukt. Er komt altijd een moment dat de werkelijkheid je met een grote nietsontziende golf overspoelt.