Yvette Luikinga

Yvette kan alles


Een reactie plaatsen

Demonen van het verleden

Er is geen ontkomen aan, de ‘donkere gedachten’ zijn niet meer tegen te houden. De demonen van het verleden blijven zich aan me opdringen. Liefst verdring ik het weer, ware het niet dat ik vind dat ik nu maar eens een keer moet beginnen met verwerken. Het heeft lang genoeg geduurd.

Er komen herinneringen voorbij die ik al bijna was vergeten. Flarden soms, maar soms ook haarscherpe beelden, alsof ik mezelf terug zie in een film.

Schaamte overvalt me. Heb ik dat laten gebeuren? Ik stond erbij en ik keek ernaar. En ik liet het toe.

De eerste 10 jaar waren goed. Ook wel eens problemen, maar binnen ‘normale’ kaders. Daarna ging het mis. Verslaafd was hij, aan cocaïne en drank. En gokken, dat ook nog.

In het begin had ik niets door. Ik was nog nooit met drugs in aanraking geweest. Ja, 2 halen van een joint, toen ik 17 was of zo. That was it. Dus toen de drugs over mijn drempel het huis binnen kwamen, had ik niets door. Wist ik veel. Ja, hij was anders, maar ik merkte eigenlijk alleen maar de non-interesse. Het vele slapen. En het drank gebruik, dat merkte ik wel. Dat er veel geld doorheen ging, dat merkte ik ook. Maar er iets over zeggen, dat deed ik maar niet meer.

Flashback

Een keer in de week ben ik in Groningen, een kantoordag. Bijkletsen met collega’s, administratie bijwerken, declaraties inleveren. Vergaderingen, urenstaten invullen. Leuke dag wel. Zit in net in gesprek met een leuke collega, word ik gebeld: mijn man. Ik neem vrolijk op ‘Hoi, wat ben je aan het doen?’. De vrolijke lach bevriest op mijn gezicht als hij schreeuwt dat ik de boodschappen in het vervolg wel zelf kan gaan doen. Ik begrijp er niets van, ik vraag voorzichtig wat er aan de hand is. ‘Ik sta voor paal bij de kassa!’ schreeuwt hij, er staat geen geld meer op de rekening! Ik begrijp er niets van, ik had toch begin van de maand het boodschappengeld overgemaakt naar de gezamenlijk rekening? Intussen ben ik weggelopen bij mijn collega en ik sta in het trappenhuis. Ik weet niet wat ik kan doen, ik probeer hem te sussen en zeg dat ik zo snel mogelijk naar huis kom en dat ik het ga regelen. 

Ik besef nu dat ik maar al te vaak iets niet wilde weten. Er niet over wilde nadenken, er niet over wilde praten. Want dan was het er niet en kon ik mijn leven verder leven. De gedachte dat je de beslissing moet nemen om je gezin uit elkaar te laten vallen, die dreiging doet je adem stokken, verlamt je als je eraan denkt. Dus dacht ik er maar niet aan.

Het is me natuurlijk niet gelukt. Er komt altijd een moment dat de werkelijkheid je met een grote nietsontziende golf overspoelt.