Yvette Luikinga

Yvette kan alles


Een reactie plaatsen

Is dit alles?

Deze week ben ik jarig, 51 jaar word ik. Ik zit er niet mee, hoor, die leeftijd. Als ik terug kijk dan ben ik nu gelukkiger dan, pak ‘m beet, 10 jaar geleden. Of 20 jaar geleden. Dus leeftijd, nee, geen enkel probleem.

Ik sta er wel steeds meer bij stil dat ik inmiddels mag aannemen dat ik over de helft ben, dat ik niet nog een keer 51 jaar voor me heb, zeg maar. En dan ga ik soms wat raar denken. Of ik alles wel goed geregeld heb voor de kinderen, bijvoorbeeld. En ook denk ik dan aan Doe Maar. Ja, je weet wel, ‘Is dit alles’….

Nee, denk ik dan meteen opstandig, natuurlijk niet. Er is nog zoveel wat ik wil doen.

noorderlichtAlaska, bijvoorbeeld, om het Noorderlicht te zien. Want dat staat toch wel hoog op mijn wensenlijstje. En ja, ik weet dat je dan ook naar Noorwegen of Finland kunt, maar op de een of andere manier heb ik iets met Alaska. Lijkt me super. Hoe ik in die kou moet overleven, geen idee, dat zal me vast niet meevallen. Het Noorderlicht zal alles dubbel en dwars waard zijn, denk ik.

AfrikaEn Zuid-Afrika, ook zoiets. Ik wil dolgraag een rondreis maken, een wijnroute uiteraard. Lekker decadent van de ene wijnproeverij naar de andere. Buiten aan vrolijk gedekte tafels lekker eten en drinken. Zie je me al zitten?

Ned IndieEn natuurlijk, last but not least, ik moet mijn rondreis in Indonesië maken. Ik heb mijn stamboom van vaders kant uitgezocht tot ver in de 17e eeuw en alle verblijfsplaatsen van mijn voorouders in Nederlands-Indië vormen mijn route.

.

Natuurlijk weet ik dat je dit soort wensen niet steeds moet uitstellen tot later, want wie weet komt het er dan niet meer van. Om welke reden dan ook. Genieten moet je niet uitstellen. Je moet het je wel kunnen veroorloven, natuurlijk. Organisatorisch, met de kinderen bijvoorbeeld. En, nog belangrijker, financieel. Bij ons staan deze wensen nog eventjes op een lijstje, tot betere tijden zijn aangebroken.

Dus meer reizen wil ik graag. Is dit alles?

Nee, denk ik nu, nog opstandiger. Natuurlijk niet! Ik word niet al 51, ik word pas 51. Tot aan mijn pensioen mag ik nog 17 jaar werken, dus hallo, afgeschreven ben ik echt niet.

En het borrelt hoor, er borrelt al een tijdje iets bij mij. En nu, juist nu is het tijd om het vorm te gaan geven.

Toeval bestaat niet, denk ik altijd. Afgelopen week zijn er twee dingen gebeurd die mij het juiste zetje in de rug hebben gegeven. Dit is niet zo maar gebeurd, het is het resultaat van mijn idee en initiatief. Hierbij denk ik aan het boek van Stefanie Hoogland ‘De Flamingo Factor‘, een inspirerend boek met tips en adviezen om met nog meer plezier en ambitie te werken aan jouw eigen bedrijf en jouw succes. Ik heb notabene zelf in een recensie de belangrijkste boodschap geschreven:

Jouw leven, Jouw bedrijf, Jouw succes. Geen twijfel over mogelijk: de bal ligt bij jou!

Hoogste tijd om mezelf hier nu mee om de oren te slaan. Het initiatief is genomen, de bal is gaan rollen.

Is dit alles?

Nee, roep ik nu keihard. Natuurlijk niet, dit is pas het begin. Dus actie, kom op! En de eerste stap is inmiddels genomen, ik heb een bedrijfspagina op Facebook aangemaakt: Uit de keuken van Yvette. Die moeten jullie natuurlijk massaal gaan liken.

fb

Ik ben in gesprek met mensen, ik ben plannen aan het ontwikkelen, voorbereiden en bespreken. Dit deel ik natuurlijk pas als de plannen concreet zijn.

Dus, is dit alles? Nee, ben je gek, nog lang niet!

Advertenties


4 reacties

Vooral niet gezien

Ik moest er opeens van de week weer aan denken, dankzij de Top2000: Emerson, Lake and Palmer met het nummer Peter Gunn (klik als je niet weet welk nummer het is, of als je het gewoon nog even wilt horen). Live versie van een concert uit 1974. Ladies and gentlemen, Emerson…. Lake…. and Palmer…

ELP

In 1974 was ik 10 en het is zeer waarschijnlijk dat ik het nummer niet toen al kende. Maar toen ik een jaar of 16-17 was, dus begin jaren ’80, kende ik het in elk geval. Op een middag kwam ik uit school. Mijn vader en moeder allebei aan het werk, broer en zus nog op school, dus ik was alleen thuis.

Wij woonden toen in Wijk bij Duurstede, op een soort hofje. Voor ons huis alleen een voetgangerspad, wat voornamelijk gebruikt werd door ouders en kinderen van en naar de basisschool schuin tegenover ons huis. Achter ons huis was de tuin en daarachter een garage, op een pad alleen voor bewoners. Omdat wij het een-na-laatste huis bewoonden kwam er dus vrijwel nooit iemand langs. Ik leg dit even uit, om te benadrukken hoe alleen ik me voelde. Alleen en vooral niet gezien. Vooral niet gezien.

Ik moet me heel erg lekker in mijn vel hebben gevoeld, pubers kunnen ook wel eens anders hebben natuurlijk, maar ik voelde me echt heel erg goed. Ik had de radio aangezet en opeens kwam dus dat nummer voorbij.

Of jullie dit ook vinden, weet ik niet, maar ik vind het een heel opzwepend nummer. Maar het is niet echt een dansnummer. Tenminste, niet voor bij een schoolfeest, bijvoorbeeld. Maar ik was alleen. En niet gezien. Vooral niet gezien…

Was het die tijd, of was het eerder, echt ik weet het niet meer, maar mensen van mijn generatie kennen Toppop natuurlijk nog wel. En Penny de Jager dan dus ook. Ik vond Penny de Jager echt super, wow, zoals zij kon dansen, dat wilde ik ook.

penny de jager 2

Ik zat in elk geval al op dansles. Echte dansles, die bij je opvoeding hoort, zeg maar. Of, ik moet zeggen: hoorde. Want welke puber zit nu nog op dansles? Ik hoef er bij mijn pubers niet mee aan te komen. Maar ik zat er dus wel op. Met mijn broer en mijn beste vriendin. Ik durf te zeggen (en kan het bewijzen met mijn cijfers) dat ik het best goed kon. Ballroom en Latin American, beiden was ik best goed in. Maar dat is natuurlijk niets vergeleken bij Penny de Jager.

Die middag voelde ik me goed. En Peter Gunn was op de radio. Ik was alleen. En niet gezien. Vooral niet gezien.

Ik danste. Ik danste alsof ik Penny was. In de studio van Toppop. Ik was een met de muziek. Als ik er aan denk, voel ik het nog, zie ik mezelf dansen. Totaal opgegaan in de muziek. De kamer door, armen zwaaiend in de rondte, in de hoogte. Mijn bovenlichaam draaiend, heen en weer, wild met mijn haren om me heen. Vrij, bijna los van de grond, zwevend op de zware dreun van Peter Gunn. Ik droeg waarschijnlijk gewoon een spijkerbroek, maar ik danste alsof ik het witte jurkje van Penny de Jager droeg.

Deze herinnering zou ik waarschijnlijk allang kwijt zijn, als ik een week later niet door mijn buurmeisje werd aangesproken. Dat buurmeisje woonde achter ons, schuin tegenover ons huis. En zij had een kamer op zolder. En als ze uit haar raam keek, keek ze recht onze woonkamer in….. Ze sprak me aan. ‘Wat kan jij goed dansen.’….

Waarschijnlijk had ze dat nooit tegen me gezegd als ik niet had gedanst met de vaste overtuiging dat ik niet werd gezien. Ik danste alles eruit wat ik in me had, omdat niemand kon zeggen ‘Joh, doe normaal’. Niemand kon zeggen ‘Stel je niet aan’. Niemand kon zeggen ‘Dat kan je helemaal niet’. Het gevoel niet beoordeeld te worden, onbespied te zijn, haalde het beste uit me.

Nu, in januari 2015, houd ik me vast aan die gedachte. Ik ga doen, wat ik graag wil doen, alsof niemand mij ziet. Ik ga me niet druk maken over wat iemand anders ervan denkt. Want dit wordt het jaar waarin het beste van mijzelf eruit gaat komen. Alsof ik niet wordt gezien. Vooral niet gezien.